Wie zijn wij

De “Heuvelhoker bekker” is met name in Panningen en Egchel een waar begrip. In 2009 is het precies 100 jaar geleden dat men gestart is op de hoek Kerkstraat, Scharenweg met het bakken van brood. De hele maand september staat in het teken van dit honderdjarige jubileum De klanten kunnen meedoen aan een bijzondere spaaractie. In de advertentie van bakkerij Jacobs kunt u er alles over lezen.

Alvorens in het verleden terug te duiken, even de blik op het hadden. Bakkerij Jacobs gaat terug naar de oorsprong. Raymond Jacobs en het personeel gaan zich helemaal toeleggen op het ambachtelijk bakken van brood en banket van eigen recept. Dagelijks kunt u uw vers brood en banket kopen in de winkel, die helemaal is ingericht op de verkoop van de ambachtelijke boord- en banketproducten. De kruidenierswaren zijn verleden tijd. Wat ook blijft is de bezorging aan huis, een service, die de Heuvelhooker bekker hoog in het vaandel heeft staan..,

Historie


Terug in de tijd



Om een verantwoord verhaal over 100 jaar Heuvelhooker bekker te schrijven hebben we de hulp ingeroepen van historicus Henk Thiesen Hieronder zijn verhaal over 100 jaar bakkerstraditie van de familie Jacobs.. In de buurt van de plek waar in 1909 de bakker in de Heuvelhoek startte treffen we in het bevolkingsregister van 1869-18891 op huisnummer 3332 het gezin van Peter van Oijen3 (overl.1892) en Aldegonda Geenen (overl.1877) aan. Peter was van beroep akkerbouwer. Zijn hof zien we afgebeeld op de kadasterkaart ter hoogte van de percelen met de nummers 241 (boerderij), 244, 245. Als we af gaan, aan het aantal knechten dat op dit adres stond ingeschreven hebben wij hier met een hof van enige betekenis te doen. Dochter Maria Dorothea van Oijen werd in 1881 ingeschreven als hoofd van het gezin samen met haar man Antonius Jacobs (deze kwam van huisnummer 396). Samen stichtte ze hier een gezin De familie Jacobs droeg de bijnaam “Mesters”. Sil werd “Mesters Toon ziene Sil” genoemd. Onderzoek leert dat deze naam van de familie van Oijen vandaan komt. Heel waarschijnlijk komt hij van de generaties Van Oijen die heelmeester waren. Een tweede mogelijkheid is dat de bijnaam van de overgrootvader van Sil Jacobs, Peter van Oijen vandaan komt. Hij was één jaar burgemeester4. Tussen 1890-1910 wordt het huisnummer Heuvelhoek 333 omgenummerd naar 377. Ook nu valt het op dat bij de landbouwer Jacobs veel mensen als knecht of dienstmeid stonden ingeschreven. In het kadasterregister worden maar liefst 38 percelen grond geregistreerd. De oudste zoon Silvester (de Heuvelhooker Bekker) werd geboren op 1 september 1882 in dit pand. Hij was van plan bakker te worden. Op 19 februari 1897 vertrok Sil op 15 jarige leeftijd naar Roermond. Twee jaar later om precies te zijn op 10 mei 1899 komt hij vanuit Roggel weer op zijn ouderlijk huis terug. Als we afgaan op deze inschrijving van het bevolkingsregister staat Jacobs vanaf dat jaar ook als bakker geregistreerd. Er zijn geen bewijzen dat hij toen thuis al bakte of een winkel dreef. In dat zelfde jaar kwamen ook weer twee zussen (Maria Catharina en Dorothea) terug in hun ouderlijk huis. Beiden stonden ingeschreven als dienstmeid.



Start bakkerij


Ondertussen had Sil verkering gekregen met een Egchels meisje. Hanneke Peeters, dochter van “Vooter Driek” 5. Na het huwelijk op 19 april 1909 werden beiden als hoofd ingeschreven. Lang bleven ze hier echter niet wonen want in hetzelfde jaar vertrokken Silvester en Johanna naar een nieuw gebouwde boerderij annex bakkerij op huisnummer 382a6. Dit pand zou volgens de kadastergegevens gesticht zijn in 1911 op perceel Heuvelhoek D 3717. Dat was toen nog in eigendom van Antoon Jacobs. Volgens dezelfde bronnen werd het pand in 1913 door Silvester van zijn vader gekocht. Vreemd hieraan is dat de vergunning uit 1909 dateert op dezelfde kavel. Achtereen volgens werden vergunningen7 aangevraagd in de jaren 1909, 1922 en 19268. Uit de vergunningsaanvragen blijkt dat hij dus in 1909 gestart is met zijn bedrijf. Mogelijk is het jaartal 1911 het eerste jaar dat men belasting betaalde over het pand. In het brievenregister van de gemeente Helden treffen we n.l. op 18 september 1909 een brief naar de Arbeidsinspectie te Venlo aan. Hierin wordt melding gemaakt van de oprichting van een broodbakkerij van broodbakker Silvester Jacobs. Hij verzocht om een vergunning, om aan de Heuvelhoekerstraat op perceel D 3717 plaatselijk no.382 a te mogen bouwen9. Op 2 oktober 1909 werd een tweede brief gezonden naar de arbeidsinspectie met de eventuele bezwaren op de vergunningsaanvraag10. Wellicht zullen die er niet geweest zijn. Op 6 oktober werd de arbeidsinspectie nogmaals aangeschreven: “ter voldoening der Hinderwet zenden wij u toe, een afschrift van onze besluiting d.d. heden nr. 425 op het verzoek van Silvester Jacobs, broodbakker alhier om vergunning tot het oprichten van eener broodbakkerij in het perceel gelegen deze gemeente Heuvelhoek 382 a”11. Het huisnummer 382a werd later omgezet naar Heuvelhoek 507.


Bakken en borrelen


Naast de bakkerij dreef men ook een café. Iedere maandagmorgen kwamen de mannen van Bollen op bezoek om een borrel te drinken12. De Heuvelhoker Bekker borrelde gezellig mee. Tot dat “Bekker zien Hanneke” het moe werd en ingreep. Iedere maandagmorgen brandde het brood aan. Bakken en borrelen ging niet meer samen en dus werd de café gesloten. Jacobs was een veelzijdig man. Naast bakker was hij ook nog boer. De boerderij bestond uit wat land, enkele varkens, zes geiten en een paard. In 1920 kwam vader Antoon Jacobs inmiddels weduwnaar op 68- jarige leeftijd bij zijn zoon en schoondochter inwonen. In 1922 werd de elektriciteit aangelegd in de gemeente Helden. Jacobs ging met de tijd mee. Op 17 mei 1922 werd een hinderwetvergunning aangevraagd voor het oprichten van een elektromotor.. De motor kwam in de bakkerij te staan en was voor het in beweging brengen van een deeg en mengmachine. Nadat de arbeidsinspectie het sein veilig had gegeven werd de vergunning op 23 juni 1922 verleend. De bijgevoegde platte grond geeft ongeveer een redelijke de situatie weer van het bedrijf. Het had een bergplaats of stalling, bakkerij, keuken, en een winkel. Veel te jong overleed op 42 jarige leeftijd in 1924 de “Heuvelhoker bekker” op het adres Heuvelhoek 507. Moeder Hanneke bleef achter met vijf kinderen, Tinus, Ton, Hannie (geestelijke), Lies (van de Bekker gehuwd met bakker Piet Peeters, Kessel), Door (kloosterzuster). Maria was al in 1918 overleden. Toen de zonen Ton en Tinus wat ouder waren gingen ze moeder ondersteunen in de bakkerij. Ook de inwonende vader van Sil, “Mesters Toon” kwam in de bakkerij assisteren. Omdat de kinderen thuis de kost voor het gezin mee moesten verdienden, werden ze vrijgesteld van militaire dienst. Samen runden ze de bakkerij met het personeel.


Uitbreiding


Op 30 november 1926 werd door Hanneke een vergunning voor uitbreiding van de bakkerij aangevraagd. Op 21 februari 192713 de vergunning verleend. De opkomst van de elektriciteit had enorme mogelijkheden geschapen. Dit keer werd een vergunning verleend om een graanmolen te mogen aandrijven op elektriciteit. Ze kreeg een plek in de schuur. Een tweede elektromotor van 3 pk werd naast de bakkerij in een aparte ruimte opgesteld en dreef de kneedmachine aan. De bijgevoegde platte grond geeft dit keer een gedeelte van het woonhuis, magazijn, schuur, bakkerij en stalling weer. Behalve Tinus haalde ook Ton de nodige vakdiploma’s. Zo behaalde Ton Jacobs in juni 1939 zijn Middenstandsdiploma “Algemeene Handelskennis” en volgde verder de vakopleiding Bakkerij Jacobs Panningen“Vakbekwaamheid voor Bakkers in het bakkersbedrijf “.Op 7 juli 1943 behaalde hij te ’s-Gravenhage het diploma “Vakbekwaamheid voor Brood-Banketbakkers”. Om ook een winkel te kunnen runnen, behaalde hij in 1942 kruideniers examen te Sittard/Maastricht. Ton werkte in de bakkerij samen met zijn moeder die daarnaast ook in de winkel werkte. Tinus14 ging meestal venten met paard en chaise. De bakkerijproducten werden vooral afgezet bij hun klanten in Egchel, Egchelhei. De Hub, Zelen en vooraan in Panningen. De winkel was klein. De producten die ze hier verkochten kwamen van groothandel Terstappen uit Neer. Het waren meest kruidenierswaren en natuurlijk producten uit eigen bakkerij. In 1948 werd het Spar concept ingevoerd. Ton Jacobs kreeg in 1937 verkering met Maria Koopmans uit de Grashoek. Ze hadden plannen om in Haelen een eigen bedrijf te starten. Dit besluit koste “Heuvelhokers Hanneke” veel tranen waarop het besluit werd terug gedraaid. Kort na het priesterfeest van zijn broer Hannie Jacobs, huwde Ton en Marie op 17 april 1944. Daarna runde Ton met zijn vrouw en moeder de bakkerij annex winkel. Ze werden hierbij ondersteund door Maria Bex en Drika Jacobs van “Mesters Piet 15”. Ze werden nog ondersteund door de bakkers Jo Uijtens, Lei Gommans en Frans Crommentuijn.



Vroeg uit de veren


In de bakkerij ging om 5 uur het licht aan en werd de oven opgestookt. De volgende producten, roggebrood en wit brood werden hoofdzakelijk gebakken. Dit laatste brood was zeer grof. Witte en rozijnbroodjes werden alleen op bestelling en vaak alleen voor koffietafels gebakken. Gebak was vanwege de houdbaarheid op bestelling. Tegen St. Nicolaas zat het werk in het bakken van de onvervalste speculaas en taai taai. Verdere lekkernijen die uit de bakkerij kwamen waren, peperkoek, sprits, Arnhemse meisjes (koekjes) en cake. Met de zon- en feestdagen werd de “kluntjeswek en Krintewek” gebakken en met oud en nieuw de “plats”. Ook de “Stoete man” en een grote “peperkoekplats” waren traditie. Het was volgens een oud gebruik dat vroeger in grotere gezinnen de bakker 4 platsen en twee grote peperkoekplatsen afleverde. Verder mogen we de traditie Kerkgang niet vergeten. Voor de vrouw een ramp om in een volle kerk boete te moeten doen omdat ze een kind had gebaard. De enige goedmaker was dat als ze thuis kwam hier vlaai klaar stond van de “Heuvelhoker Bekker”. Ook het “zuemmerwékske” was een vaste traditie. “Het “zuemeren” is het verzamelen van losse korenaren op het veld. Van een gedeelte maakte men meel dat men afleverde bij de bakker om er een zummerwekske” van te bakken. Pas na de tweede wereld oorlog kwam de bloem op en tegenwoordig heb je diverse mengsels. De mensen brachten zelf ook de vlaaideeg. Tegen een kleine vergoeding bakte de bakker hier dan een vlaai van. Heel begrijpbaar. Immers de oven was toch warm. Maar het was geen dankbaar werk. De mensen brachten de meest verschillende soorten bereidde deeg. De een gebruikte meer zout in de deeg of suiker in de “spies” en de ander had te weinig deeg. Het resultaat van het eindproduct was net zo divers als het aangeleverde. Een veel gehoorde klacht was vaak “ik had geen pitten in mijn kersen, dus dit is niet mijn spies”. Ook werd deeg aangeleverd in een blauw ruiten handdoek, hier hoefde de bakker bijna niets meer aan te doen. Omdat deze snel in de oven konden werden ze “inscheeters” genoemd. Met de Kermis waren het hectische tijden. Op donderdag werd al gestart met de voorbereidingen. Ongeveer 1000 vlaaien werden er dan gebakken.


De oven en de borden


De eerste oven werd met houtschansen gestookt. Deze werden gekocht waar ze maar te krijgen waren. Dorssers Wullen bracht de kolen en briketten. Het aansteken van de oven gebeurde met schansen in de eerste laag van de oven. Als de oven heet was werden ze eruit gehaald en ging de deeg erin. In de eerste oven konden ongeveer 60 broden. Later werd daar door firma De Boer een nieuwe oven gemaakt. Meestal was het zo dat men begon om 7 uur en eerst in de bakkerij meewerkte. Als het brood gaar was werd dit uit de oven gehaald. In de zogenoemde remise koelde het brood af op de schappen. Ten tijde dat Ton bakker was ging hij iedere dag in de remise en tikte op de onderkant van het witbrood en rook eraan. Zo stelde hij vast of het witbrood gaar was. Wit brood lag ongeveer 3/4 uur in de oven. Bruinbrood had een baktijd van 2 uur. Na het bakken werd het brood ingestreken met een mengsel van aardappelenmeel en kokend water ingestreken. Hierdoor ontstond een licht bruine glans op het brood. Meestal werd zwart brood de dag erna gebakken.



Brood rondbrengen


Vervolgens werd het paard ingespannen. In de chaise werden dan diverse maten brood ingeladen. Men had 16 en 12 onsers. Tegenwoordig hebben we brood van 8 ons. Zwart brood was 24 ons. De route liep over de Kerstraat waar Bongers Wullem klant was vervolgens naar de Ringovenstraat, Everlo, bij Bartele Nulke (Neesen), dan terug naar de Schoolstraat bij dokter Smeets, over de Markt richting Stogger om vervolgens weer naar huis te keren. Daarna werd Stox nog aangedaan. Voor de route van Panningen moest men meestal twee keer laden. Zo’n 145 klanten werden bezocht op een zaterdag. Op de dinsdag, woensdag en zaterdag reed men in Panningen. Egchel werd op de maandag, woensdag, vrijdag en zaterdag aangedaan. De Egchelhei op vrijdag. Concurrentie was er van de collega’s bakkers Van Essen op de Stogger, Reijnen Funs in de Egchelhoek en Frits Segers in Helden Dorp. In Egchel kwam de Heuvelhoker Bekker overal behalve bij Krubbe Jupp en Reijnen Funs natuurlijk en zijn broer Vic. Op een zaterdag warden in Egchel 100 witte broden, ca 35 zwart brood rond gebracht. De bezorgers konden van sommige omstandigheden in de gezinnen boeken en schrijven. Zo moest men bij “Driekske Ties” altijd wachten met binnenkomen totdat Handrie de rozenkrans had gebeden. Soms was men zo vroeg dat de klant nog sliep. Dit was geen probleem, de deur was niet gesloten. Het brood werd op de keukentafel gelegd en de venter trok verder. Hebben we tegenwoordig strenge regels onder de HACCP regelgeving. Ook toen waren er regels waar aan te voldoen was. De Warenwet verplichtte om een brood in een handdoek te wikkelen. Vervolgens werd deze bij aflevering in een mandje binnen gebracht. Iedere klant had een boekje waar de geleverde waren in werden opgeschreven. Op vrijdag was betaaldag. Dan duurde de route ook langer. In het algemeen kon men stellen dat 98% goede betalers waren. Een oud gebruik was het dat de huismoeder voordat het brood werd aangesneden met het mes een kruisteken maakte aan de achterzijde. Dit uit dankbaarheid voor het eten.


Venten met de auto


Tot 1952 bleef men met het paard en de chaise venten. Toen het paard kreupel werd maakte men de grote stap naar een auto. Lei Gommans was 18 jaar toen in 1952 de auto werd aangeschaft. Het was een blauw zwarte Austin van garage Neeskens te Venlo. In de wagen werd in eerste instantie zo gereden zonder rijbewijs. Tot dat politieman “Lange” Janssen Lei Gommans op de bon sloeg. Voor 35 gulden werden 5 rijlessen gevolgd bij Piet Neeskens. De andere gingen het rijbewijs halen bij Gerrit Sluis. Een wagen was toen nog een zeldzaamheid. Op de Kerkstraat had verder ook nog de Heuvelhooker smeed een auto. Toen de derde generatie zich aandiende gingen Hans en Ves Jacobs de bezorgtaken voor hun rekening nemen. Het is niet vreemd dat de klant sterk gehecht is aan deze service. Al drie generaties worden de producten bezorgd. Af en toe springt ook Hans nog even bij in de Bakkerij. In 1991 werd de zaak op maandag gesloten.


Nieuwe zaak Bakkerij Jacobs Panningen


De derde generatie is als het ware opgegroeid in het bedrijf. In januari 1975 nemen de gebroeders Ton, Ves en Hans de gebouwen en inventaris over. In de bakkerij stond destijds de volgende zaken: oveninstallatie 1972, speculaasmachine 1954, kneedmachine 1955, vleesmachine 1956, weegschaal 1956, rogge broodmachine 1959, mengmachine 1962, broodsnijmachine 1966, prijszetter 1968, gashaard 1968, koelkast 1970, compressor diepvriescel 1971, gevelkachel 1971, bollenrijstkast 1971, plankenwagen 1972, broodsnijmachine 1972, klutsmachine, broodblikken, vlaplaten, vlaplanken, klein gereedschap, twee telmachines, diepvrieskist, winkel, auto Peugot Breauk 1971, Auto Ford Transit 1970. Volgens het taxatierapport blijkt dat het magazijn in 1961 en de nieuwe bakkerij in 1973 werd gebouwd. De economische verkoopwaarde van het bedrijf werd in 1974 geschat op fl.88.000. Het woongedeelte werd geschat op fl. 24.000. De gebroeders Jacobs zijn de winkel en bakkerij gaan runnen onder de gelijknamige naam. In 1989 onder ging de zaak een complete face-lift. Het winkelinterieur en de bakkerij werden aan de aller-modernste eisen aangepast. Ton zwaait de scepter in de bakkerij. Hier wordt samen met het personeel op ambachtelijke wijze broden, vlaaien, gebalk en bonbons geproduceerd. Ze worden hierbij ondersteund door moderne machines. De winkel wordt gerund door Ine de echtgenote van Ton. Ze heeft ondersteuning van Annemiek Greymans. Samen met het personeel staat men garant voor de verkoop van vers brood, gebak, vlaaien, bonbons en vele kruidenierswaren. In 2008 werken in de bakkerij Ton, Raymond, Sjors Jacobs (zoon van Ves) en Jan Dehingh,



Vierde generatie


Op 1 januari gingen de 4 firmanten uit de zaak en ging ze over naar de vierde generatie, Raymond Jacobs.. De bakkerij zal zich in de toekomst meer gaan richten op het bakken van brood en banket van eigen recept. Bakkerij Jacobs bakt precies 100 jaar op het recept van de eerste “Heuvelhooker Bekker”. In de nieuwe opzet zal het kruideniers assortiment uit de winkel worden gehaald. De nadruk zal dus meer komen liggen op het verse product uit eigen bakkerij. Daar is Bakkerij Jacobs al 100 jaar heel sterk in.